Hoe het begon
In 2005 vertrok Pepijn Trapman, destijds werkzaam bij Stichting Philadelphia gehandicaptenzorg in Apeldoorn, naar Kyrgyzstan, een land in Centraal-Azië, ongeveer zo groot als Groot-Brittannië, maar met slechts vijf miljoen inwoners.
Pepijn is geïnterviewd door de Lokale Omroep Apeldoorn voor het programma
'Ik vertrok'. Het filmpje van 23 minuten staat op Youtube en is op de video pagina te vinden
Toen Pepijn in 2005 naar Kyrgyzstan vertrok om er namens VSO twee jaar vrijwilligerswerk te gaan doen voor Stichting EveryChild werd hem gevraagd te assisteren bij het opzetten van een infrastructuur om arme gezinnen met hun inwonende gehandicapte kind te helpen bij de ontwikkeling van hun gehandicapte kind. Dit deed hij samen met een lokale collega, zodat er vanaf de eerste dag kennisoverdracht plaatsvond en hij zichzelf zo spoedig mogelijk overbodig kon maken.
Om eerst een goed beeld te krijgen van hoe de situatie van deze arme gezinnen nu eigenlijk wel is, waar hun problemen uit bestaan en in welke hoek de oplossingen voor hun problemen gevonden kunnen worden, is Pepijn veel bergdorpjes langsgegaan en er bij opvoeders van inwonende gehandicapte kinderen op bezoek geweest. Allemaal hebben zij hun eigen verhaal. Dit is er één van ...
Baboeska en Timoer
Pepijn ontmoet op een dag Baboeska (= Russisch voor ‘oma’). Zij zorgt voor haar negenjarige kleinzoon Timoer, die meervoudig gehandicapt is. Baboeska vertelt aan Pepijn dat haar zoon zich zo schaamde voor zijn pasgeboren zoon Timoer, dat hij op de dag van zijn geboorte is weggegaan en nooit meer is teruggekomen. “Maar hij is nog altijd welkom. Vast, hij komt nog een keertje langs,” aldus oma.
Hoe armer men is, hoe hoopvoller, lijkt het soms wel.
Op haar schoondochter schijnt een vloek te rusten, aldus de dorpsverhalen. Het hebben van een handicap is in Kyrgyzstan een groot taboe. In 93% van de gevallen dat er een gehandicapt kind wordt geboren, verlaat de man zijn gezin. De moeder van het kind staat er dan alleen voor. Ze wordt tevens verstoten door de dorpsgenoten. Vaak vlucht ook de moeder van het gehandicapte kind weg en de grootmoeder blijft dan alleen met het kind achter.
Baboeska vertelt, dat ze elke ochtend naar het bos ging om hout te sprokkelen. Als het in de winter 26 graden vriest, dan moet de kachel wel branden. Elke dag moest ze verder lopen met de bossen takken op haar kromme rug. Het hout dichtbij raakte immers op. Na het sprokkelen ging ze op zoek naar werk. Op haar oude leeftijd was dat lastig, maar niet werken betekende geen eten. Normaal gesproken zou haar zoon voor een inkomen zorgen, maar daar is geen sprake meer van. “En wat gebeurt er met Timoer als u afwezig bent?” vraagt Pepijn. “Hij kan niet lopen, niet zelfstandig eten, niet naar het toilet en als de kachel uitgaat dan vriest het zelfs binnen.” Oma ontwijkt mijn ogen en met haar stilzwijgen schreeuwt ze ...
Na een poosje stilte bloeit oma op. “Maar dat is verleden tijd, want een weldoener heeft mij een koe gegeven,” vertelt ze Pepijn. Pepijn is er ondersteboven van: “Een koe, wat bedoelt u?” “Dankzij deze koe kan ik na het hout sprokkelen thuis blijven en voor Timoer zorgen. Van de melk die de koe geeft maak ik producten die ik verkoop. Dat is voldoende om van te leven. Ik blijf verder de hele dag thuis. Dan masseer ik de spieren van Timoer, doe ik spelletjes met hem en probeer ik hem wat woordjes te leren. Hij ontwikkelt zich langzaam maar zeker.”
“Onlangs kwam zelfs de buurman langs”, vertelt oma. Ze had de buurman sinds de geboorte van Timoer niet meer op bezoek gehad. Maar nu had ze een koe, in Kyrgyzstan een waardevol bezit, en voor de eigenaar van een koe heeft men diep respect.
De buurman wil nu graag af en toe de koe melken. Dat mag van oma, maar dan moet zijn zoon wel met haar kleinzoon spelen, een slimme zet van oma. De buurman werd aanvankelijk boos over dat idee en was bang voor het contact tussen zijn zoon en de gehandicapte buurjongen. Maar de nood is hoog en zo gebeurde het, dat Timoer voor het eerst in zijn leven, na negen jaar, een leeftijdsgenootje ziet. En dat dankzij het hebben van een koe …
Nadat Pepijn afscheid had genomen van Baboeska en Timoer flitste dit bijzondere verhaal voortdurend door zijn hoofd: door het hebben van een koe ontwikkelt het gehandicapte kind zich, ontstaat er een vorm van integratie en heeft men respect voor het gezin met het inwonende gehandicapte kind. En dat allemaal dankzij het hebben van een koe. Wie had dat ooit kunnen dromen …
Met eigen ogen heeft Pepijn gezien wat voor geweldig positieve gevolgen het hebben van een koe heeft voor deze gezinnen. Zo praktisch, zo tastbaar en zo concreet!
Nog meer gezinnen helpen
Na terugkeer in Nederland in 2007 ging Pepijn weer voor Philadelphia in Apeldoorn werken. Hij zette ‘het koeienproject' vanuit Nederland voort en samen met collega’s, vrienden en familie is Pepijn via allerlei ludieke acties geld gaan inzamelen om koeien aan te kopen voor gezinnen met een inwonend gehandicapt kind in Kyrgyzstan.
Pepijn bleef vanuit Nederland contact onderhouden met Nazgul, met wie hij destijds het project heeft opgestart in Kyrgyzstan. Zij werd de contactpersoon in Kyrgyzstan en zij zorgde ervoor dat op de veemarkt en bij betrouwbare boeren koeien voor de geselecteerde gezinnen met een inwonend gehandicapt kind werden aangeschaft met het geld dat in Nederland was ingezameld.
Om de continuïteit van het koeienproject te waarborgen werd in februari 2008 via de Stichting EveryChild in Kyrgyzstan een vaste contactpersoon ter plaatse aangesteld die door de ouders van Pepijn wordt gefinancierd.
Oprichting Stichting Geefeenkoe.nl
Tot en met 2008 hebben Pepijn, zijn familie, vrienden, bekenden en relaties met elkaar meer dan dertig koeien geschonken aan arme gezinnen met een inwonend gehandicapt kind in Kyrgyzsatn en aan nieuw opgezette dag-opvangcentra aldaar voor kinderen met een beperking.
Omdat is gebleken dat dit concrete project veel mensen in heel Nederland aanspreekt, is het idee uitgewerkt om de visie en de doelstelling van het project over heel Nederland te verspreiden.
Na een gesprek met notaris Pieltjes in Nunspeet, de standplaats van Philadelphia, werd besloten om tot de oprichting van een stichting te komen.
Op 26 november 2008 werd Stichting Geefeenkoe.nl opgericht, opdat nog meer mensen bij de acties betrokken kunnen worden.
Dat het bloed kruipt waar het niet gaan kan blijkt wel uit het feit dat Pepijn eind 2008 zijn baan bij Philadelphia heeft opgezegd. Zijn hart ligt meer bij de gehandicaptenzorg in ontwikkelingslanden dan bij de gehandicapten zorg in Nederland.
Hij solliciteerde bij ICCO en is aangenomen. Vanaf januari 2009 is hij voor de komende vijf jaar regio- manager voor Centraal-Azië. Zijn standplaats is Bishkek in Kyrgyzstan.
In zijn vrije tijd zal hij betrokken blijven bij onze stichting en het is natuurlijk 'mooi meegenomen' dat hij zo 'dicht bij het vuur zit'.
Nadenkertje
echt beseffen en begrijpen
dat de ons toegewezen tijd
op aarde beperkt is,
en dat we hoegenaamd
niet kunnen weten
wanneer onze tijd erop zit, zullen we met volle teugen beginnen te genieten van elke dag, alsof we slechts één dag te leven hebben.”
Elisabeth Kubler-Ross



